Wie vandaag door Niedźwiedź, Podobin en Poręba Wielka rijdt, ziet vooral groene hellingen, bossen, weilanden en de bergstromen van de Gorce. Het landschap lijkt landelijk en rustig. Toch was dit gebied al eeuwen geleden een plaats waar waterkracht, bosbouw en ambachtelijke nijverheid samenkwamen.

De natuurlijke omstandigheden waren daarvoor ideaal. De Gorce leverden overvloedig hout, terwijl de beken en rivieren het noodzakelijke water en de aandrijfkracht leverden voor molens en andere installaties.

Van bos naar nijverheid

De economische ontwikkeling kreeg een belangrijke impuls nadat de bezittingen van de zogenaamde Wielkoporębski-sleutel in 1607 in handen kwamen van Sebastian Lubomirski. Tot dit gebied behoorden onder meer Poręba Wielka, Niedźwiedź, Podobin en Konina.

In deze periode ontwikkelde zich in het gebied een opmerkelijke verzameling van ambachtelijke en vroege industriële activiteiten. Er waren molens, een brouwerij en later verschillende vormen van houtverwerking.

Vooral de combinatie van bos en water was bepalend.

Het hout uit de Gorce werd gebruikt voor gebouwen, dakspanen, vaten, werktuigen en andere producten. Het stromende water maakte het mogelijk om zware werkzaamheden mechanisch uit te voeren.

De papiermolen van Niedźwiedź

Een van de opmerkelijkste bedrijven was de papiermolen.

Lokale historische bronnen dateren de werking van de papiermakerij op 1608–1730. Volgens de gemeente Niedźwiedź bevond deze papiermakerij zich in Podobin en produceerde zij onder meer grijs en boekpapier. Het papier droeg als watermerk het wapen van de familie Lubomirski.

Een historische inventaris uit 1682 maakt duidelijk dat het hier niet om een eenvoudige werkplaats ging. De installatie beschikte over verschillende onderdelen die bij een watergedreven papiermolen hoorden.

De aanwezigheid van een papiermakerij zo vroeg in de 17e eeuw is bijzonder. Papier was toen een waardevol product en werd gebruikt voor boeken, administratie, kerkelijke documenten en andere geschriften.

De papiermakerij werd waarschijnlijk gevoed door dezelfde natuurlijke rijkdom die de rest van het gebied bepaalde: waterkracht en hout.

De huidige naam Papiernia, een gehucht van Podobin, vormt nog altijd een tastbare herinnering aan deze verdwenen industrie.

De zagerij

De papiermolen stond niet alleen.

In historische gegevens uit de 17e eeuw wordt ook een tartak, een zagerij, genoemd in verband met Niedźwiedź en Podobin. Daarmee verschijnt naast de papierproductie een tweede belangrijke tak van de lokale nijverheid: het verzagen van boomstammen tot planken en balken.

Het bos was daardoor niet alleen een natuurlijke omgeving, maar ook een economische grondstof.

Later ontwikkelde Podobin zich verder als centrum van houtbewerking. De gemeentelijke geschiedenis noemt er naast een zagerij ook een gonciarnia, waar houten dakspanen werden gemaakt, een kuiperij en werkplaatsen voor houten vaatwerk.

Het is goed om hierbij onderscheid te maken tussen de verschillende periodes. De bronnen bewijzen de vroege aanwezigheid van een zagerij, maar de precieze plaats van de 17e-eeuwse installatie is nog niet met zekerheid vastgesteld.

Poręba Wielka – het grotere houtgebied

De geschiedenis van Niedźwiedź kan eigenlijk niet los worden gezien van Poręba Wielka.

Poręba vormde het administratieve centrum van het grotere landgoed. In de omgeving ontwikkelden zich verschillende bedrijven die gebruikmaakten van de natuurlijke hulpbronnen van de Gorce.

De plaatselijke geschiedenis noemt onder andere molens, tartaki, een papiermolen, een potażarnia, een folusz en later een fabriek voor houten producten. Ook de glasindustrie van Poręba/Hucisko was belangrijk.

Vooral de houtproductie kreeg uiteindelijk een grote economische betekenis.

Het hout werd niet uitsluitend plaatselijk gebruikt. Gezaagd hout uit het gebied werd ook naar grotere afzetmarkten vervoerd. De regio rond Poręba Wielka werd daarmee onderdeel van een groter handelsnetwerk.

Water als krachtbron

Wanneer we het landschap van toen proberen voor te stellen, moeten we ons geen moderne fabrieksterreinen voorstellen.

Het waren meestal houten gebouwen langs een beek, met watergoten, raderen, assen en eenvoudige maar ingenieuze machines.

Een boomstam die door waterkracht werd verwerkt, kon uiteindelijk veranderen in:

boom → plank → balk → dakspaan → vat → gebouw

Maar hetzelfde landschap leverde ook de grondstoffen voor:

lompen + water + houtproducten → papier

Daardoor waren verschillende bedrijfstakken rechtstreeks met elkaar verbonden.

Een industrieel landschap avant la lettre

Niedźwiedź was natuurlijk geen industriestad in de moderne betekenis van het woord.

Toch kunnen we spreken van een vroeg pre-industrieel productielandschap.

De verschillende activiteiten waren afhankelijk van dezelfde drie elementen:

🌲 BOS
leverde hout en andere grondstoffen.

💧 WATER
leverde energie voor molens en machines.

👨‍🌾 MENSEN
leverden de ambachtelijke kennis en arbeid.

Daaruit ontstond een lokaal economisch systeem waarin papiermakers, molenaars, zagers, kuipers, dakspanenmakers en andere ambachtslieden naast elkaar bestonden.

Een verdwenen industrie waarvan de naam bleef bestaan

Van de oude papiermolen zelf is vandaag nauwelijks nog iets zichtbaar.

De gebouwen zijn verdwenen en de machines bestaan niet meer op hun oorspronkelijke plaats. Maar de geschiedenis heeft een merkwaardig spoor achtergelaten.

Papiernia bestaat nog steeds als plaatsnaam in Podobin.

Dat maakt de naam meer dan alleen een geografische aanduiding. Hij herinnert aan een bedrijf dat hier eeuwen geleden actief was.

Wie vandaag door Papiernia rijdt, rijdt dus letterlijk door een landschap waarvan de naam verwijst naar een verdwenen papiermolen.

Van watermolen naar moderne zagerij

De houttraditie verdween echter niet.

Door de eeuwen heen veranderden de technieken. Waterkracht maakte uiteindelijk plaats voor stoom en later elektriciteit. Kleine ambachtelijke werkplaatsen maakten plaats voor grotere zagerijen en houtbedrijven.

In de 19e eeuw werd de houtindustrie in de omgeving van Poręba Wielka verder uitgebreid. Er ontstonden onder meer grotere zagerijen en houtverwerkende bedrijven. Daarmee zette een ontwikkeling zich voort die al eeuwen eerder was begonnen.

De moderne zagerijen in de gemeente Niedźwiedź staan daardoor niet helemaal los van het verleden.

Ze vormen het nieuwste hoofdstuk van een veel oudere traditie.

Niedźwiedź als kruispunt van water, bos en arbeid

Het verhaal van Niedźwiedź is daarom meer dan het verhaal van één papiermolen of één zagerij.

Het is het verhaal van een landschap dat zijn bewoners eeuwenlang grondstoffen en energie gaf.

De beken van de Gorce dreven molenraderen aan.

De bossen leverden hout.

De mensen verwerkten deze natuurlijke rijkdom tot papier, planken, dakspanen, vaten, werktuigen en andere producten.

Zo ontstond vanaf het begin van de 17e eeuw een opmerkelijk economisch landschap rond Niedźwiedź, Podobin en Poręba Wielka.

En misschien is dat wel de mooiste manier om de geschiedenis van dit deel van de Gorce samen te vatten:

Niedźwiedź – waar bos en water eeuwenlang werkten voor de mens.