Tijdens een wandeling in het bos besloot ik het eens te proberen. Tai chi. Iedereen heeft het erover: goed voor je balans, rustgevend, je innerlijke energie stroomt als een kabbelend beekje. Tenminste, dat beekje klonk aantrekkelijk, want mijn innerlijke energie stroomt meestal eerder als een espresso op maandagochtend.

Ik had een filmpje gezien: een man in een park die traag zwaaide met zijn armen alsof hij een onzichtbare reusachtig pudding aan het kneden was. "Dat kan ik ook," dacht ik. Dus daar stond ik, midden in het bos, armen omhoog, langzaam draaiend, met een diepe focus op… euh… niets.

Precies op dat moment kwam een wandelaar voorbij met zijn hond. Hij bleef staan, keek naar mij, keek naar de hond, en vroeg:"Alles oké, meneer? Moet ik een ambulance bellen?" Ik zei: "Nee hoor, tai chi." Hij knikte alsof hij precies wist wat dat was, maar trok zijn hond toch subtiel een meter verder.

Even later kwam een groepje joggers langs. Ze vertraagden, fluisterden onder elkaar en één van hen zei:" Volgens mij doet hij een geheime ninja-training." Ik probeerde extra mysterieus te kijken, maar mijn schoen bleef achter een wortel hangen en mijn "energiebeweging" eindigde in een ongeplande tai chi-rol over een natte boomstam.

Daarna kwam een boswachter langs." Wat bent u aan het doen?" vroeg hij streng." Innerlijke balans zoeken," zei ik. Hij keek naar mijn modderige broek, mijn armen in een rare pose en mijn half gevallen pet." Die balans is duidelijk nog op vakantie," zei hij, en liep door.

Uiteindelijk ging ik op een bankje zitten, buiten adem, volledig zen… vooral omdat ik te moe was om me nog te bewegen. Toen besefte ik: tai chi is misschien heel elegant en spiritueel…maar in het bos ziet het er vooral uit alsof je langzaam wordt ontvoerd door een onzichtbare alien.

Sindsdien wandel ik gewoon.

Met normale armbewegingen.

En zonder publiek. 😅