Door Erik Winnelinckx op zondag, 06 september 2026
Categorie: Uncategorized

De tweede schoolweek – Het grote raadsel van het lessenrooster

De eerste schoolweek zat erop.

Iedereen was weer een beetje gewend aan het vroege opstaan, de veel te kleine brooddozen, verloren drinkflessen en ouders die 's morgens aan de schoolpoort stonden met een blik van: "Alsjeblieft, neem hem mee en hou hem vandaag een paar uur bezig."

Maar de tweede schoolweek…

Die was pas écht spannend.

Want één ding was nog altijd niet helemaal duidelijk:

Wat moesten we eigenlijk wanneer doen?

Maandagmorgen kwam de meester de klas binnen met een stapel papieren onder zijn arm.

"Goedemorgen allemaal!"

"GOEDEMORGEN MEESTER!"

De meester keek naar zijn papieren.

Toen naar het bord.

Toen opnieuw naar zijn papieren.

"Euh… vandaag beginnen we met… rekenen."

"Jaaaa!"

"Of… wacht."

Hij draaide het bovenste blad om.

"Turnen."

"Jaaaaaa!"

Hij keek nog eens.

"Of misschien taal."

Het enthousiasme in de klas verdween onmiddellijk.

Een leerling stak zijn hand op.

"Meester, wanneer is het turnen dan?"

"Dat weet ik nog niet precies."

"Maar we hebben toch een lessenrooster?"

"Jawel."

"Waar staat dat dan?"

De meester hield het papier omhoog.

"Hier."

Iedereen keek.

Er stonden vakken op.

Maandag, dinsdag, woensdag…

Maar achter sommige vakken stond niets.

En achter andere vakken stonden drie verschillende dingen.

Bij dinsdag stond bijvoorbeeld:

Rekenen – Muzikale Opvoeding – Misschien Turnen

De kinderen vonden vooral dat laatste interessant.

"Meester, wat is misschien turnen?"

"Dat betekent dat we misschien gaan turnen."

"En als we niet gaan?"

"Dan misschien niet."

Een jongen achteraan knikte ernstig.

"Dat is duidelijk."

Dinsdagmorgen werd het nog ingewikkelder.

De juf kwam binnen en zei:

"Kinderen, vandaag hebben we eerst taal."

Iedereen haalde zijn taalboek boven.

"Maar daarna gaan we naar de turnzaal."

Iedereen stopte zijn taalboek weg.

"Of nee… wacht even."

Iedereen haalde zijn taalboek weer boven.

"De turnzaal is bezet."

Taalboeken weer dicht.

"Maar meester Jan zei dat hij de turnzaal niet nodig had."

Taalboeken weer open.

"Maar de kleuters gebruiken ze."

Taalboeken weer dicht.

"Dus…"

De juf keek nadenkend naar het plafond.

"…we blijven hier."

De klas zuchtte opgelucht.

Tot iemand vroeg:

"Wat doen we dan?"

De juf keek naar haar lessenrooster.

"Dat is een heel goede vraag."

Woensdag was er een vergadering geweest over het lessenrooster.

Dat wist iedereen.

Wat niemand wist, was of de vergadering geholpen had.

De directeur kwam persoonlijk langs.

"Beste kinderen, we zijn druk bezig om alles goed te organiseren."

Een leerling stak zijn hand op.

"Wanneer hebben we dan rekenen?"

De directeur glimlachte.

"Dat staat gepland."

"Wanneer?"

"Dat bekijken we nog."

"En turnen?"

"Dat staat ook gepland."

"Wanneer?"

"Dat bekijken we nog."

"En speeltijd?"

De directeur keek plots heel ernstig.

"Speeltijd blijft op het normale uur."

Een luid applaus brak los.

Eindelijk was er iets zeker.

Donderdag werd het helemaal bijzonder.

De meester schreef op het bord:

DONDERDAG

Daaronder:

09.00 – Rekenen

10.00 – Taal

11.00 – ?

Een meisje stak haar hand op.

"Meester, wat betekent dat vraagteken?"

"Dat weten we nog niet."

"Is dat een vak?"

"Voorlopig wel."

"Wat leren we daar?"

"Geduld."

De klas lag plat.

Vrijdagmorgen kwam iedereen de klas binnen met een lichte vorm van wantrouwen.

De juf stond klaar met een nieuw lessenrooster.

"Goed nieuws!"

Iedereen keek op.

"Het lessenrooster is bijna klaar!"

"Bijna?"

"Ja."

"Wanneer is het helemaal klaar?"

"Waarschijnlijk volgende week."

Een jongen fluisterde tegen zijn buur:

"Dan begint week drie."

"Ja."

"Misschien hebben we dan eindelijk les."

De buur dacht even na.

"Dat zou jammer zijn."

De juf hoorde het.

"Wat zei je?"

"Niets, juf."

"Mooi."

Ze keek naar haar rooster.

"Vandaag beginnen we met…"

Ze zweeg.

De kinderen wachtten.

De juf keek naar het blad.

Ze draaide het om.

Ze keek naar de klok.

Ze keek naar de kinderen.

"Vandaag beginnen we met… iets."

"Welk vak?"

"Dat is een verrassing."

En zo eindigde de tweede schoolweek.

Niemand wist precies wat er was gegeven.

Niemand wist precies wat er volgende week zou komen.

Maar één ding was zeker:

de kinderen hadden al heel veel geleerd.

Niet over rekenen.

Niet over taal.

Niet over wereldoriëntatie.

Maar wel over één van de belangrijkste vaardigheden van het onderwijs:

Je aanpassen aan veranderingen.

En de meester?

Die had ondertussen één nieuw persoonlijk doel:

tegen het einde van september eindelijk weten wanneer hij zelf vrij heeft. 😂