In de gouden zalen van Valhalla, waar het licht nooit dooft en de tijd lijkt stil te staan, stonden zij—twee vrouwen, zo identiek dat zelfs de goden even twijfelden.
Men noemde hen de Spiegelzusters.
Volgens de oude verhalen was er ooit maar één: Freyra, een onverschrokken Valkyrie die gevallen helden naar Valhalla begeleidde. Tijdens een groot gevecht, waarin zelfs de lucht scheurde van bliksem en zwaarden, keek ze recht in een magische poel die de ziel weerspiegelde. Maar die poel toonde niet enkel wie je bent… hij toonde ook wie je had kunnen zijn.
Uit dat water stapte haar evenbeeld.
Niet een schaduw. Niet een illusie. Maar een tweede Freyra—met dezelfde ogen, dezelfde kracht, maar een andere ziel.
De ene droeg de rust van eer en plicht.
De andere brandde van vuur en twijfel.
Sindsdien wandelden ze samen door Valhalla. Nooit sprekend over hun oorsprong, maar altijd voelend dat ze meer waren dan zussen—ze waren keuzes die vlees waren geworden.
Wanneer nieuwe krijgers aankwamen, fluisterden sommigen:
"Zijn het godinnen… of één ziel die zichzelf nooit heeft kunnen kiezen?"
En soms, heel soms, wanneer het licht precies goed viel, leek het alsof hun bewegingen perfect synchroon liepen… alsof ze toch nog één waren.
Tot één van hen heel even anders knipperde met haar ogen.
En dan wist je het zeker:
Zelfs in Valhalla kan een ziel verdeeld raken… maar nooit volledig verdwijnen.