Lang voordat sterren hun namen kregen en nog vóór tijd bestond zoals wij die kennen, dreef er in het universum een kleine, gloeiende druppel hars. Geen gewone hars, maar het laatste restant van een oeroude kosmische boom: de Yggra Nova, een mythisch wezen dat ooit groeide tussen sterrenstelsels en licht ademde in plaats van lucht.
Toen de Yggra Nova stierf na een explosie die helderder was dan duizend supernova's, spatte haar essentie uiteen. Uit die gouden nevel ontstonden kleine bolletjes hars, elk gevuld met herinneringen, dromen en verloren werelden. De meeste verdampten… maar één bleef bestaan.
Dat bolletje zweefde miljoenen jaren door de leegte. Onderweg ving het stof, ijs en licht op. Het begon langzaam te groeien, te draaien… en te gloeien. Satellieten — ooit verdwaalde brokstukken en oude machines van vergeten beschavingen — werden aangetrokken door zijn mysterieuze kracht en begonnen eromheen te cirkelen, alsof ze een oude roep herkenden.
Zo werd de planeet geboren: Harsus.
Men zegt dat Harsus geen gewone planeet is. Zijn oppervlak lijkt op gestolde amber, maar diep vanbinnen bewegen herinneringen. Soms, als een ster precies goed staat, kun je in zijn glans flarden zien van andere werelden — steden die nooit gebouwd werden, wezens die nooit leefden, en verhalen die nooit verteld zijn.
De satellieten rond Harsus hebben elk hun eigen taak. Eén bewaart licht, een andere fluistert oude talen, en weer een andere zendt signalen de ruimte in… op zoek naar iemand die het verhaal van Harsus kan begrijpen.
En ergens, heel ver weg, kijkt iemand naar een kleine, glanzende bol… zonder te weten dat hij eigenlijk naar een stukje van het oudste verhaal in het universum kijkt.