Door Erik op vrijdag, 06 maart 2026
Categorie: Fictie

De Brief uit de Mist der Tandwielen

De ochtend hing zwaar boven de stad van rook en koper. Stoomwolken kronkelden tussen de torens, tandwielen zongen hun eeuwige lied, en ergens floot een luchtschip melancholisch alsof het zelf ook verliefd was.

Postbode Percival Steamfoot stapte uit zijn knetterende stoomkoets en veegde het roet van zijn monocle. Hij droeg een uniform met zoveel knopen dat men vermoedde dat hij bij elke extra knoop een loonsverhoging kreeg.

In zijn hand hield hij een brief. Geen gewone brief. Dit was dik perkament, verzegeld met rood lak in de vorm van een gebroken hart dat mechanisch klopte.

Hij keek naar het huis: een elegante villa van koper en glas, met een draaiende toren, drie schoorstenen en een deurbel die een klein orgel bespeelde.

Hij zuchtte.
"Ach, liefde," mompelde hij tegen zijn stoomfiets. "Altijd zwaarder dan een pakket dynamiet."

Hij belde aan.

De deur ging open met een hydraulisch gesis. Daar stond zij: Mejuffrouw Elara Gearsworth, gekleed in een jurk van fluweel en messing, haar bril met minuscule klokjes in de pootjes, haar ogen glanzend als gepolijst koper.

"Goedemorgen, meneer Steamfoot," zei ze zacht. "Heeft u post voor mij… of alleen weer rekeningen voor stoomgas?"

Percival slikte. "Beide, mevrouw. Maar… dit is anders."

Hij overhandigde haar de brief alsof het een zeldzame diamant was.

"Van professor Archibald von Puffington," zei hij plechtig.

Haar hand trilde. "Archibald… leeft hij nog? Men zei dat zijn laatste uitvinding hem naar de maan had geschoten."

"Hij is teruggekeerd," zei Percival ernstig. "En hij heeft nu slechts één wenkbrauw minder."

Ze glimlachte droevig. "Dat klinkt als hem."

De Brief

Ze ging aan haar stoombureau zitten. Het bureau zuchtte tevreden toen ze erop ging zitten en begon automatisch thee te zetten. Ze brak het lakzegel.

Mijn dierbare Elara,

Wanneer deze brief u bereikt, ben ik waarschijnlijk ofwel in Londen, ofwel in de verkeerde eeuw beland. Mijn tijdverplaatsingsmachine is nog in de testfase, en de handleiding is geschreven door mijn neef, die dyslectisch is en alleen Latijn spreekt.

Ik schrijf u met een hart dat klopt als een oververhitte stoomketel. Sinds onze laatste ontmoeting – toen mijn luchtschip per ongeluk uw theehuis ramde – ben ik u niet vergeten. Men zegt dat liefde een chemische reactie is. In dat geval bent u een explosief mengsel van koper, elektriciteit en pure betovering.

Ik herinner mij hoe u lachte toen mijn automatische serenade-orkest begon te marcheren in plaats van te spelen. Uw lach klonk luider dan de fabrieksfluiten en zachter dan de zucht van een goed gesmeerde tandwielkast.

Elara, mijn leven zonder u is als een machine zonder instructieboekje: vol potentieel, maar met een hoog risico op catastrofe.

Ik vraag u niet om met mij mee te reizen naar Mars (hoewel het aanbod blijft staan). Ik vraag slechts of u mij wilt ontmoeten bij zonsondergang, op het Observatorium der Onmogelijke Liefdes. Ik zal u daar verwachten, met bloemen, een werkende tijdmachine (hopelijk), en een hart dat voor u slaat op zowel stoom als romantiek.

Altijd de uwe,
Archibald

Elara staarde naar de brief alsof elk woord een radertje in haar hart deed draaien.

Postbode Percival schraapte zijn keel. "Eh… mevrouw, u mag mij de rekeningen later betalen. Dit lijkt belangrijker."

"Dank u, Percival," fluisterde ze. "Denkt u dat… dat liefde kan werken tussen een uitvinder en een vrouw die klokken bouwt die soms achteruit lopen?"

Percival dacht diep na. Zijn stoomsnor borrelde.

"Mevrouw," zei hij plechtig, "ik heb eens een man gezien die trouwde met een zelfrijdende stoomtractor. Ze waren drie jaar gelukkig, tot de tractor hem verliet voor een combine. Liefde kent geen logica. Daarom is ze zo betrouwbaar."

Elara lachte door haar tranen heen. "U bent een filosoof, Percival."

"Dat komt door de dampen van de stoommotor," zei hij. "Of door mijn ex-verloofde die met een baron in een duikboot is vertrokken. Ik weet het niet."

Ze stond op, liep naar het raam en keek naar de stad vol rook en dromen.

"Denk je dat hij op mij wacht?" vroeg ze zacht.

"Mevrouw," zei Percival, terwijl hij zijn pet afnam, "een man die een tijdmachine bouwt voor een afspraak… die komt opdagen. Al is het drie dagen te vroeg of 200 jaar te laat."

Ze vouwde de brief dicht, legde hem tegen haar hart en zei:
"Dan zal ik gaan. Laat de tandwielen draaien en de stoom zingen."

Percival stapte op zijn stoomfiets.
"En als hij niet komt," riep hij, "dan kom ik terug met een nieuwe brief… of met taart. Taart helpt altijd."

De fiets ontplofte lichtjes (zoals gebruikelijk) en verdween in een wolk van romantisch getinte rook.

Elara glimlachte. De zon zakte. En ergens, tussen tandwielen en wolken, klopte een hart op stoomdruk.

This browser does not support the video element.